Chronische diarree bij de hond (IBD)

Inhoudsopgave

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal.

Laatste update: november 2020

Samenvatting:

Bij chronische diarree staat inflammatory bowel disease of IBD bovenaan in het rijtje van de differentiaaldiagnose (DDx). Tot de IBD-groep kunnen worden gerekend: periodiek optredende koliek, periodiek optredende dikkedarm diarree, continu dunnedarm diarree, protein loosing enteropathy (PLE) en exocrine pancreatic insufficiency (EPI). Praktijkervaringen met suppletie van cobalamine (vitamine B12) bij IBD-patiënten met serum cobalamine tekort, hebben ons meer en meer gesterkt in de overtuiging, dat cobalamine (vitamine B12) een belangrijke rol speelt bij de pathogenese van genoemde aandoeningen. Praktijkervaringen hebben ons eveneens gesterkt in de overtuiging, dat toediening van ‘gezond’ microbioom ook bijdraagt aan het herstel van de darmgezondheid.

Bron(nen)

  1. Five-Minute Veterinary Consult, Wiley Blackwell, 6th ed., 2015
  2. Managing canine inflammatory bowel disease, Kenneth Simpson, College of Veterinary Medicine, Cornell University, New York State, USA, Veterinary Focus, Vol. 23, 2, p. 29-36, 2013
  3. Saunders Handbook of Veterinary Drugs, 2nd ed., 2007

IBD hond

De term IBD oftewel, voluit, inflammatory bowel disease, staat voor een groep van idiopathische, chronische, periodiek of continu optredende stoornissen van het maagdarmkanaal met een kenmerkend ontstekingsbeeld.

De term idiopathisch betekent niets meer dan dat we de oorzaak van een aandoening niet kennen. En dat is hier ook zo. Met de term inflammatory bowel disease oftewel inflammatoire darmziekten is ook niet duidelijk wat IBD precies inhoudt. Dat geldt ook voor de oude, inmiddels uit de ‘mode’ geraakte benamingen idiopathic chronic colitis (ICC) en irritable bowel syndrome (IBS); met als respectievelijke vertalingen: chronische dikkedarm ontsteking en prikkelgevoelige darm syndroom.

Dit artikel is geschreven om meer duidelijkheid te geven over wat inflammatory bowel disease of IBD in de praktijk inhoudt. Vooral ook zinvol, omdat IBD vaak voorkomt in de dierenartsenpraktijk.

Oorzaken diarree bij hond

Vooralsnog gaan we ervan uit dat de oorzaak een complexe interactie is tussen erfelijke (ras)predispositie, disbalans in het microbioom van het maagdarmkanaal (dysbacteriose), gestoord immuunsysteem, omgevingstriggers zoals, met name, stress, infecties en voedingsfouten. De details van de pathogenese (ontstaan van de ziekte) van IBD en het waarom het ziektebeeld en de reactie op behandeling per individueel geval zo veel kunnen verschillen zijn onbekend.

Raspredispositie

In de literatuur worden verschillende rassen genoemd, die gepredisponeerd zouden zijn voor IBD, zoals Ierse setter, shar-pei, Franse bulldog, boxer en last-but-not-least de Duitse herder. Maar inmiddels is onze ervaring dat IBD in meer of mindere mate bij nog veel meer rassen en ook bij kruisingen kan voorkomen.

Diet responsive IBD

In milde gevallen blijkt het verstrekken van een bepaald dieet al voldoende te kunnen zijn om de klachten op te heffen. We kunnen dan denken aan bijvoorbeeld vezelrijk dieet bij dikkedarm IBD of een hypoallergeen dieet bij dunne darm IBD.

Ziektebeelden IBD hond

Praktisch gesproken zijn, wat mij betreft, de verschillende ziektebeelden binnen de IBD-groep:

  • Periodiek optredende koliek
  • Periodiek optredende dikkedarm diarree
  • Continu dunnedarm diarree
  • Protein loosing enteropathy (PLE)
  • Exocrine pancreatic insufficiency (EPI)

Periodiek optredende koliek

Deze aandoening komt niet heel vaak voor. Maar als de klacht optreedt, blijkt in de praktijk, dat het er vaak heftig aan toe gaat en een afdoende behandeling niet altijd even makkelijk te vinden is.

Koliek

Bij deze vorm van IBD zien we periodiek aanvalsgewijs heftige buikpijn (koliek). De hond staat en/of loopt verkrampt, met opgetrokken buik. Soms zien we het tegenovergestelde: voorpoten in lighouding, achterpoten staand (‘bidhouding’). De klachten komen plotseling op en kunnen ook weer snel verdwijnen, om dan weer wekenlang weg te blijven. Opvallend zijn de frequente smak-, slik- en/of kokhalsbewegingen, driftig likken aan de vloer(bedekking), obsessief gras, planten en/of grond eten, verscheuren en doorslikken van stukken handdoek, kleed of gordijn, met de kans dat die vastlopen in de darm en operatief verwijderd moeten worden. Vóór, tijdens en ná de koliek aanval is in de meeste gevallen op afstand een ‘pruttel- of piepbuik’ hoorbaar. Soms is er sprake van paniek en hysterisch gedrag.

De eetlust blijft normaal; sterker nog, de klachten verbeteren door eten! Meestal is er bij deze vorm van IBD nog geen sprake van braken of diarree. Maar dat sluit een gestoorde darmgezondheid nog niet uit. Stress is waarschijnlijk een heel belangrijke trigger voor het optreden van de klachten.

Periodiek optredende dikkedarm diarree

Deze aandoening wordt best wel vaak gezien in de praktijk en is in de meeste gevallen goed te behandelen

Diarree

Bij deze vorm van IBD zien we periodiek aanvalsgewijs heftige diarree. De intervallen tussen de diarree episodes zijn vaak 3-4 weken, soms langer, soms korter. De diarree komt plotseling op en kan ook weer snel verdwijnen, met of zonder medicatie. Kenmerkend zijn de heftige persdrang (tenesmus) en dito napersen zonder dat er nog ontlasting komt (vergeefse drang). In sommige gevallen zien we dat waterdunne diarree ‘abrupt’ kan veranderen in een volkomen normale fecesbolus. Dit beeld komt overeen met het prikkelbare darmsyndroom (PDS) of spastische darm bij de mens.

Eerst normaal, dan dun

In het beginstadium of in minder heftige gevallen zien we in één defecatiebeurt eerst een normaal gevormde fecesbolus, direct gevolgd door feces met een zachtere consistente, met als afsluiting een dunne flats. Vaak zien we in meer of mindere mate slijm, op, door of, als slijmvel, om de feces bolus; soms is het alleen nog maar slijm. Niet zelden zien we ook wat vers (rood) bloed bijgemengd. Ook bij de dikkedarm IBD-patiënt is in de meeste gevallen op afstand een ‘pruttel- of piepbuik’ hoorbaar.

Normale eetlust

Kenmerkend voor een dikkedarm diarree is dat de hond eigenlijk nooit algemeen ziek is, normale eetlust heeft en zelden of niet braakt. Het is duidelijk dat er bij deze patiënten sprake is van een gestoorde dikkedarm gezondheid. Stress is waarschijnlijk ook bij de dikkedarm IBD-patiënt een heel belangrijke trigger voor het optreden van de klachten.

Voedselallergie

Met name de periodiciteit met lange intervallen zonder klachten, bij een gelijkblijvend voedingsregime, ‘maakt’, dat de diagnose voedselallergie wel heel onwaarschijnlijk is. Op basis van onze ervaringen in EduVet Dierenkliniek hebben we de indruk, dat toepassing van hypoallergeen dieet bij dikkedarm IBD geen zin heeft, zelfs een averechts effect kan hebben oftewel de klachten juist verergert.

Continu dunnedarm diarree

Deze afwijking komt ook niet heel vaak voor. Maar als de klacht optreedt, blijkt in de praktijk, dat het vaak een hardnekkige aandoening is, die niet altijd even makkelijk onder de knie te krijgen is.

Diarree en braken

Bij deze vorm van IBD zien we een chronische diarree, met (regelmatig) braken, vermindering of verlies van eetlust met gewichtsverlies, soms is er alleen maar een ‘onbegrepen’ gewichtsverlies, de patiënt is minder actief tot uitgesproken lusteloos en algemeen ziek. De feces is vaak waterdun en bruin, maar in ernstige gevallen heel bloederig (haemorrhagische gastro-enteritis). Er zijn gevallen waarin slokdarm (kokhalzen, slikken), maag, dunne- en dikkedarm tegelijkertijd betrokken zijn bij het ziektebeeld.

Ontstekingscellen

In een aantal gevallen zien we bij röntgen en echo-onderzoek een verdikte dunne darm(wand) en vergroting van de mesenteriale lymfeklieren. In een endoscopisch afgenomen biopt zien we de kenmerkende beelden van IBD: de typische cellen en eventueel ook abnormale weefselstructuren (zie ‘Laboratorium’).

Protein-losing enteropathy (PLE):

Bij protein-losing enteropathy (PLE) lekt er via het ‘zieke’ maagdarmkanaal eiwit, het lichaam houdt minder vocht vast, waardoor het gehalte aan eiwit (albumine) in het bloed veel te laag wordt (hypoalbuminaemie), met als gevolg dat er vochtophopingen in het lichaam ontstaan. Meestal vormt zich een hoeveelheid los vocht in de buik (ascites), waardoor er een dikke hangbuik zichtbaar wordt. Maar er kan ook los vocht in de borstholte (chylothorax) ontstaan, waardoor benauwdheid optreedt. In wat verder gevorderde gevallen zien we ook vochtophoping in de onderhuid (oedeem) van de achterpoten, soms ook onder de borst en onder de buik.

Exocrine pancreatic insufficiency (EPI)

Een andere met IBD ‘verwante’ aandoening is exocrine pancreatic insufficiency (EPI). Hier is sprake van verlies van functioneel alvleesklierweefsel, waardoor de aanmaak van verteringsenzymen stagneert. Door gebrek aan verteringsenzymen worden eiwitten, koolhydraten en vetten onvoldoende uit de voeding opgenomen in het lichaam en treedt gewichtsverlies op (vet en spieren), ondanks een sterk toegenomen eetlust. Soms is er ook sprake van veel drinken, maar dan moeten we denken aan suikerziekte (diabetes mellitus) als complicatie. De ontlasting is vaak slap, pasteus en volumineus (‘pondje eten, kilootje poepen’) en bevat vaak onverteerde delen van de voeding.

Voor meer informatie over exocrine pancreatic insufficiency (EPI): https://www.eduvet.nl/epi-bij-de-hond

Laboratorium

Fecesonderzoek

Bij IBD-patiënten worden via fecesonderzoek parasitaire infecties met wormen en/of Giardia uitgesloten of aangetoond en behandeld. Aanwezigheid van Giardia kan, zeker als er op korte termijn recidief is na behandeling, al een signaal zijn voor een immuniteitsstoornis.

Bloedonderzoek

Bij IBD-patiënten wordt in principe altijd onderzoek gedaan naar de gehaltes van cobalamine (vit. B12) en foliumzuur (vit. B11). Voor meer informatie over cobalamine: https://www.eduvet.nl/cobalamine-vitamine-b12-en-immuniteit-bij-de-hond/. Een te hoog serumgehalte van foliumzuur is, zo wordt aangenomen, een indicatie voor dysbacteriose.

Bij de meeste IBD-patiënten doen we standaard een uitgebreide screening van het bloed: controle van o.a. lever-, alvleesklier en nierfunctie, controle van suiker- en eiwitgehalte (suikerziekte, eiwit tekort), controle van rode en witte bloedcellen (bloedarmoede, infectie) en controle van mineralen en elektrolyten. Deze screening wordt uitgevoerd om eventuele (andere) oorzaken van een immuniteitsprobleem aan te tonen of uit te sluiten.

Biopt

Bij weefselonderzoek kijken we naar bijzondere bloedcellen, die gezien worden bij ontsteking en/of immuun gemedieerde aandoeningen: lymfocyten, plasmacellen en eosinofielen. We kunnen in het biopt tevens een indruk krijgen van eventuele afwijkende weefselstructuren.

Behandeling (overzicht)

Waarschuwing!

Huisdiereigenaren worden dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van de behandelende dierenarts. Dat geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van het juiste geneesmiddel en de juiste dosering.

Behandeling van koliek

Reguliere middelen

Het bloed wordt minimaal gecontroleerd op het serumgehalte van cobalamine (vit. B12) en foliumzuur (vit. B11); bij tekorten worden deze gesuppleerd. Voor meer informatie over cobalamine: https://www.eduvet.nl/cobalamine-vitamine-b12-en-immuniteit-bij-de-hond/. Een te hoog serumgehalte van foliumzuur is, zo wordt aangenomen, een indicatie voor dysbacteriose.

Voor de vaak heftige klinische klachten schrijven dierenartsen reguliere krampwerende, pijnstillende en/of kalmerende middelen voor.

Microbioom en vezel

In EduVet Dierenkliniek schrijven we op basis van ruime ervaring inmiddels standaard microbioom en vezelrijke voeding voor, die in drie gelijkwaardige porties (qua samenstelling en hoeveelheid) verdeeld over het etmaal (1 x per 8 uur) aangeboden worden. In sommige gevallen zijn microbioom en vezels (in voeding of als voedingssupplement) alleen al voldoende om het probleem te tackelen (diet-responsive IBD).

Homeopathie

Omdat wij het sterke vermoeden hebben, dat stress ook bij deze patiënten een belangrijke rol speelt als trigger voor de klinische verschijnselen, kiezen wij in EduVet Dierenkliniek voor een aanvullende homeopathische behandeling, gericht op gedrag en maagdarmproblematiek.

Behandeling van dikkedarm diarree

Wormen en Giardia

Bij verdenking van dikkedarm IBD doen we eerst fecesonderzoek op darmparasieten. Als een besmetting met wormen en/of Giardia wordt aangetoond, moet die natuurlijk eerst behandeld worden. De dierenarts schrijft dan vaak fenbendazol (Panacur®) voor; dat middel is effectief tegen wormen en Giardia. Houd er rekening mee, dat voor de behandeling van Giardia de medicatie gedurende 5 dagen gegeven moet worden i.p.v. 3 dagen. In een aantal gevallen, bijv. als fenbendazol niet voldoende effectief blijkt te zijn, wordt het middel metronidazol voorgeschreven.

Medicatie

Het bloed wordt minimaal gecontroleerd op het serumgehalte van cobalamine (vit. B12) en foliumzuur (vit. B11); bij tekorten worden deze gesuppleerd. Voor meer informatie over cobalamine: https://www.eduvet.nl/cobalamine-vitamine-b12-en-immuniteit-bij-de-hond/. Een te hoog serumgehalte van foliumzuur is, zo wordt aangenomen, een indicatie voor dysbacteriose.
Voor de actuele klinische klachten (dikkedarm diarree) schrijven dierenartsen middelen voor zoals of sulfasalazine; metronidazol is werkzaam in het gehele maagdarmkanaal, sulfasalazine is uitsluitend effectief in de dikke darm.

Microbioom en vezels

In EduVet Dierenkliniek schrijven we op basis van ruime ervaring inmiddels standaard microbioom en vezelrijke voeding voor, die in drie gelijkwaardige porties (qua samenstelling en hoeveelheid), verdeeld over het etmaal (1 x per 8 uur) aangeboden worden. In sommige gevallen is microbioom en vezels (in voeding of als voedingssupplement) alleen al voldoende om het probleem te tackelen (diet-responsive IBD).

Homeopathie

Omdat wij het sterke vermoeden, dat stress bij deze patiënten een belangrijke rol speelt als trigger voor de klinische verschijnselen, kiezen wij in EduVet Dierenkliniek voor een aanvullende homeopathische behandeling, gericht op gedrag en maagdarmproblematiek.

Behandeling van dunne darm diarree

Wormen en Giardia

Ook bij verdenking van dunnedarm IBD doen we eerst fecesonderzoek op darmparasieten. Als een besmetting met wormen en/of Giardia wordt aangetoond, moet die natuurlijk eerst behandeld worden. De dierenarts schrijft dan vaak fenbendazol (Panacur®) voor; dat middel is effectief tegen wormen en Giardia. Houd er rekening mee, dat voor de behandeling van Giardia de medicatie gedurende 5 dagen gegeven moet worden i.p.v. 3 dagen. In een aantal gevallen, bijv. als fenbendazol niet voldoende effectief blijkt te zijn, wordt het middel metronidazol voorgeschreven.

Medicatie

Het bloed wordt, zeker bij dunnedarm diarree, protein-losing enteropathy (PLE) en exocrine pancreatic insufficiency (EPI), minimaal gecontroleerd op het serumgehalte van cobalamine (vit. B12) en foliumzuur (vit. B11); bij tekorten worden deze gesuppleerd. Voor meer informatie over cobalamine: https://www.eduvet.nl/cobalamine-vitamine-b12-en-immuniteit-bij-de-hond/. Een te hoog serumgehalte van foliumzuur is, zo wordt aangenomen, een indicatie voor dysbacteriose.

Voor de actuele klinische klachten bij dunnedarm diarree schrijven we o.a. het middel metronidazol voor; in bijzondere gevallen wordt een kuur langer, bijv. 4 weken i.p.v. 10-14 dagen voorgeschreven. Bij maagklachten worden diergeneesmiddelen voorgeschreven zoals maropitant (anti-braak middel) en/of omeprazol (maagzuurremmer).

Bij protein-losing enteropathy schrijven wij in de meeste gevallen na(ast) metronidazol, microbioom, cobalamine (vit. B12) en hypoallergeen dieet voor; in het begin ook nog ‘even’ prednisolon, maar proberen deze over een periode van enkele weken stap voor stap af te bouwen.

Bij de exocrine pancreatic insufficiency (EPI) schrijven wij naast na(ast) metronidazol, microbioom en cobalamine (vit. B12), verteringsenzymen en omeprazol voor. Met omeprazol voorkomen we dat gesuppleerde verteringsenzymen minder werkzaam worden in een te zuur maagmilieu.

Microbioom en dieetvoeding

In EduVet Dierenkliniek schrijven we, op basis van ruime ervaring, inmiddels standaard microbioom en hypoallergene voeding voor.

Als hypoallergene voeding adviseren wij bij dunnedarm diarree een voeding met gehydrolyseerd of ‘vreemd’ eiwit, licht verteerbaar, vetarm en vezelarm. Bij protein-losing enteropathy maken we bij voorkeur gebruik van een hypoallergeen, licht verteerbaar en eiwitrijk dieet.

Homeopathie

Homeopathie kan in sommige gevallen ook bij dunnedarm diarree een aanvulling zijn op de reguliere aanpak. Bij de dunnedarm IBD, maar zeker als er sprake is van exocrine pancreatic insufficiency (EPI) of protein losing enteropathy (PLE), ligt de nadruk altijd primair op het stabiliseren van de patiënt middels de reguliere aanpak. Bij de meeste patiënten, zo blijkt in de praktijk, beperken we ons uiteindelijk uitsluitend tot de reguliere aanpak. Er moet rekening gehouden met het feit, dat we vaak te maken hebben met verzwakte patiënten die averechts op homeopathie kunnen reageren. Huisdiereigenaren moeten niet zelf dokteren en dat geldt ook voor homeopathie. Een eventuele homeopathische behandeling moet overgelaten worden aan dierenartsen die zowel regulier als complementair voldoende gekwalificeerd zijn. Die kennen de mogelijkheden en vooral ook de beperkingen van homeopathie.

Prognose

De prognose van ‘diet-responsive IBD’ is goed. Binnen 1-2 weken na aanpassing van het dieet kan al een positief effect zichtbaar zijn. Bij de dikkedarm IBD is de prognose eigenlijk ook in alle gevallen goed, hoewel de termijn tot volledig en blijvend hersteld nog wel kan verschillen, van kort (binnen 1-2 weken) tot iets langer (3-6 weken).

De prognose van de dunnedarm IBD is sterk afhankelijk van de ernst van de pathologie: wel of geen complicerende aandoeningen en/of schade aan betrokken organen (darm, alvleesklier). De mate waarin een patiënt ten negatieve of ten positieve reageert is vaak wel een afspiegeling van de ernst van de onderliggende pathologie.

Bij een mild klinisch beeld zonder complicaties, zoals bijvoorbeeld een alvleesklierontsteking (pancreatitis), niet te ingrijpende veranderingen in de weefselstructuur van de darmwand en een normaal serumalbumine (eiwit) gehalte, is de prognose (redelijk) goed. Bij een heftig en hardnekkig beeld, met complicaties en meer weefselschade in de darmwand, een veel te laag gehalte aan serumalbumine en onvoldoende progressie op de gebruikelijke behandelingen, is de prognose slecht. Sommige patiënten kunnen verscheidene jaren in remissie blijven, maar andere ‘vervolgen’ hun pad naar ernstige pathologieën, die uiteindelijk niet meer verenigbaar zijn met het leven.

Uw hond heeft last van diarree?

Merkt u op dat uw hond diarree heeft langer dan normaal of acute diarree heeft? Neem gerust contact op met een dierenarts van EduVet.

Handboek diergeneeskunde-1152x1000-1152x1000

Handboek diergeneeskunde met homeopathie bij honden

Het nieuwe boek van Atjo Westerhuis, Diergeneeskunde Met Homeopathie voor Honden, is eveneens een gezamenlijk initiatief van het partnership. Net als het tweedelige boek, ‘Beweging en Gezondheid bij de Hond’ met als subtitel ‘werken, sporten en recreëren’.
Neem contact op

Bloedoor of othematoom

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal. Laatste update: januari 2021. Samenvatting: In de praktijk is de vraag van huisdiereigenaren naar de behandeling van een othematoom,

Lees verder »

Ooroperatie: Zepp of TECA?

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal Laatste update: november 2020 Samenvatting: In de negentiger jaren van de vorige eeuw werd de ooroperatie volgens de Zepp

Lees verder »

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij onze artikelen voor huisdiereigenaren samenstellen, kan EduVet Dierenkliniek geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via onze artikelen is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet Dierenkliniek benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze artikelen is verkregen nooit een vervanging is van de behandelende dierenarts! De artikelen laten huisdiereigenaren met de dierenarts ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun huisdieren. Huisdiereigenaren worden daarom dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van de behandelende dierenarts. Dat geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van het juiste geneesmiddel en de juiste dosering.

Wetenschap en Praktijk

De teksten van onze artikelen worden niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen experience based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via: info@eduvet.nl, zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.