Goed om te weten

Bloedonderzoek vóór een operatie? Is dat nodig?

Een operatie wordt pas uitgevoerd, als na zorgvuldige professionele overwegingen en in goed overleg met de eigenaar op dat moment een operatie de beste optie is om het belang van het dier qua welzijn en gezondheid optimaal te dienen.

De laatste decennia heeft de diergeneeskunde een enorme ‘heilzame’ ontwikkeling doorgemaakt. Dat heeft geleid tot o.a. veel meer veterinaire kennis en vaardigheden, betere apparatuur en betere operatietechnieken. Maar dat neemt niet weg, dat een operatie altijd een extra belasting is voor een dier, zeker voor een dier, dat niet helemaal gezond is, heel jong of oud. Narcose is tegenwoordig veel veiliger en door de verplichte registratie zijn diergeneesmiddelen in het algemeen veel veiliger en effectiever dan ooit. Maar als we ze niet nodig hebben, dan is dat natuurlijk altijd beter.

Om nog meer mogelijke risico’s van een operatie te vermijden moeten we behalve betrokkenheid, kennis, vaardigheid en goeie ‘spullen’, ook zo veel mogelijk weten over de gezondheidsstatus van onze patiënten vóór een operatie, zodat we tijdig de juiste maatregelen kunnen nemen.

Dat is de reden dat wij vóór een operatie de patiënt nog eens extra lichamelijk onderzoeken en tevens een bloedonderzoek uitvoeren. Vanuit onze ervaring met patiënten met vage klachten weten we, dat een uitgebreider bloedonderzoek in een aantal gevallen ons toch dichterbij een diagnose kan brengen, die we aan de buitenkant niet verwacht hadden.

Vandaar dat wij hebben besloten om in principe bij alle operatiepatiënten vooraf aan de ingreep een wat uitgebreider bloedonderzoek te doen, zeker voor de kwetsbare groepen (minder gezonde, jonge en oude dieren). We beperken ons niet alleen tot een aantal lever- en nierwaarden, maar doen een wat uitgebreider biochemisch onderzoek en bepalen aanvullend ook de diverse bloedcellen (hematologie) en elektrolyten. De relatief geringe meerkosten daarvan wegen volledig op tegen de meerwaarde voor de patiënt.

Wormkuur? ‘Blind’ ontwormen of eerst een diagnose?

Routinematig ontwormen of eerst vaststellen of uw hond of kat wel besmet is? Beide kan, maar beter is om eerst een diagnose te stellen. Want misschien is ontworming (nog) niet nodig! De diagnose ‘wormbesmetting’ wordt gesteld door middel van ontlasting onderzoek. Tot nu stellen we de diagnose door het aantonen van wormeieren in de ontlasting onder een microscoop. Tegenwoordig kan een ‘biomarker’ in ontlasting de aanwezigheid van levende wormen in de darm van een huisdier aantonen.

Het microscopisch onderzoek naar wormeieren is pas betrouwbaar, als de juiste onderzoeksmethode wordt toegepast (CFS), als meerdere ontlasting monsters over 1-2 dagen worden onderzocht en als het onderzoek na 3-6 weken wordt herhaald. Nogal omslachtig. Bij onderzoek van slechts één monster is bovendien een negatieve uitslag (‘geen wormen’) onbetrouwbaar. Redenen waarom eigenaren, heel pragmatisch, routinematig ontwormen. De biomarker naar levende wormen is al zeer betrouwbaar bij onderzoek van slechts één ontlasting monster.

Als nadeel van de ‘biomarker’ kan gemeld worden, dat de biomarker alleen de aanwezigheid van rondwormen, zoals spoelwormen, haakwormen en zweepwormen aantoont en niet een eventuele aanwezigheid van lintwormen. Echter, in verreweg de meeste gevallen van wormbesmetting, zeker bij honden, is er sprake van een rondwormbesmetting. De biomarker toont wel ook een eventuele aanwezigheid van Giardia aan.

Lintwormbesmettingen komen vaker voor bij honden met een bijzonder consumptiegedrag (ongekeurd rauw vlees, prooidieren, kadavers etc.), bij honden die leven in een gebied met verhoogd risico op besmetting met bijv. de vossenlintworm of bij honden waarbij onvoldoende wordt gedaan aan vlooien en teken preventie en bestrijding.

Adviezen

Voor verreweg de meeste honden met ‘normaal’ consumptiegedrag, levend in een omgeving met ‘normale’ besmettingskansen, waarbij vlooien en tekenpreventie op orde is, wordt geadviseerd om 2-4 keer per jaar te testen met behulp van de biomarker of, indien gewenst, ‘blind’ te ontwormen. Voor de overige groep honden en katten, waarbij de kans op aanwezigheid van lintwormen (veel) groter is, luidt het (pragmatische) advies om minimaal 4 x per jaar ‘blind’ te ontwormen (inclusief tegen lintwormen).

Als wormen aangetoond worden in afwijkende of in normale ontlasting: altijd ontwormen. Als Giardia in afwijkende ontlasting wordt aangetoond: behandelen tegen Giardia. Als Giardia aangetoond wordt in normale ontlasting dan is behandelen tegen Giardia niet nodig! Er zijn ontwormingsmiddelen in de handel die ook tegen Giardia werken.

De ‘biomarker’, Idexx PetChek™ IP is te bestellen bij EduVet Veterinair Trainingscentrum.