Chronische diarree bij de hond, IBD of Inflammatory Bowel Disease, is een groep van chronische darmaandoeningen gekenmerkt door, continu of steeds terugkerende klachten/ ontsteking van het maagdarmkanaal. Oorzaak is (meestal) niet duidelijk. Er is een complexe interactie tussen erfelijke (ras)predispositie, micromilieu van de darm (bacteriën, voeding), immuunsysteem en omgevingstriggers (bijv. stress).

De details van de pathogenese (ontstaan van de ziekte) van IBD en waarom ziektebeeld en reactie op de behandeling zo veel kunnen verschillen zijn onbekend. Dieet blijkt in niet al te ernstige gevallen dikwijls zeer effectief te zijn, prednison veel minder vaak nodig.

Klinisch beeld

Dikke darm:

Chronische (meestal) recidiverende diarree, vaak periodiek (!) optredend, faeces met of zonder slijm en/of vers bloed, symptomen ontstaan en verdwijnen vaak vrij ‘plotseling’, verhoogde defecatie frequentie/ drang, pijnlijke, krampachtige aandrang (tenesmus), soms een enkele keer braken, behoud van eetlust, niet algemeen ziek. Meestal normale constitutie zonder gewichtsverlies!

Dunne darm:

Chronische diarree, (regelmatig) braken, vermindering of verlies van eetlust, geen of matig gewichtsverlies, soms is er alleen maar een ‘onbegrepen’ gewichtsverlies, lusteloosheid/ minder actief, algemeen ziek, soms verdikte dunne darm(wand), soms vergroting van lymfeklieren in de buik, in ernstige gevallen bloed (zwart teerachtig) in de ontlasting.

Protein-Losing Enteropathy (PLE):

Chronische heftige diarree, braken, (ernstig) gewichtsverlies, door te laag eiwitgehalte in het bloed los vocht in de buik (volle buik), los vocht in de borstholte (benauwdheid), perifeer oedeem (bijv. vochtophoping in de onderhuid onderaan de achterpoten), verdikking van de darmwand, vergroting van de lymfeklieren in de buik, algemeen ziek.

Diagnostiek

Echoscopie, endoscopie inclusief weefselbiopsie. Faeces:  parasieten Giardia / wormen. Bloed: i.h.b. eiwit, cobalamine (vitamine B12), en foliumzuur (vitamine B11).

Behandeling

Behandeling wordt afgestemd op raspredispositie, localisatie dunne en/of dikke darm, de aard / ernst van de ziekte: klinische bevindingen, bloedwaarden i.h.b. albumine, cobalamine en foliumzuur, endoscopisch beeld, resultaat biopsie (type celinfiltraat, schade aan / veranderingen in het oppervlakkig darmwandweefsel,  aanwezigheid van bacteriën of schimmels.

Dikke darm: 

Stap 1.:
Indien nodig behandelen van Giardia en wormen (fenbendazol). Indien geen of onvoldoende effect:

Stap 2.:
Dieetmaatregelen, andere voeding (ander merk, brok i.p.v. vlees of andersom), extra vezel (!), probiotica (!). Indien geen of onvoldoende effect:

Stap 3.:
Antibiotica: tylosine of metronidazol.

Dunne darm:
Klinisch beeld/ pathologie mild-middelmatig (bloed eiwit > 20 g/L).

Stap 1.:
Indien nodig behandelen van Giardia en wormen (fenbendazol), cobalamine en/of foliumzuur deficiëntie en/of andere oorzaken (bijv. EPI = verminderde alvleesklier functie). Indien geen of onvoldoende effect:

Stap 2.:
Dieetmaatregelen ged. 2 weken, gehydrolyseerd of  ‘vreemd’ eiwit, hypoallergeen dieet, makkelijk verteerbaar dieet, vetarm (makkelijk verteerbaar vet), vezelarm, omega-3 vetzuren, pre-/ probiotica. Indien binnen 1-2 weken goed: continueren (evt. re-challenge, provocatie/ eliminatie). Indien geen of onvoldoende effect:

Stap 3.:
Antibiotica ged. 2 weken, tylosine of metronidazol. Indien goede respons: totaal tot 28 dagen continueren. Indien geen of onvoldoende effect:

Stap 4.:
Immunosuppressie prednoral en/of azathioprine. Indien geen of onvoldoende effect:

Stap 5.:
Immunosuppressie cyclosporine

Dunne darm:
Klinisch beeld/ pathologie middelmatig-ernstig (LPE, weefselafwijkingen in de darmwand en bloed eiwit < 20 g/L)

Tegelijkertijd Stap 1, 2, 3 en 4, in afwachting van de biopsie resultaten; indien geen of onvoldoende effect: Stap 5.

Prognose

Afhankelijk van de ernst van de afwijkingen en reactie op de behandeling.

Goed indien binnen 1-2 weken effect op dieet aanpassing.  Matig tot slecht bij te laag eiwitgehalte in het bloed (PLE) en te laag cobalamine in het bloed (< 200 ng/L).

Sterk verschillend: bij (ernstige) lokale weefselschade in de darmwand: de respons op de behandeling varieert sterk, sommige blijven goed gedurende verscheidene jaren, andere ‘vervolgen’ hun pad naar ernstig eiwitverlies.